9 op Springest (72 ervaringen)
CSSC geaccrediteerde opleiding
31.415 aantal tevreden deelnemers
  • Leestijd 2 minuten

  • Remco

Typen gegevens

Gegevens kunnen kwalitatief en kwantitatief zijn. Deze gegevens kunnen vervolgens weer ingedeeld worden op een nominale, ordinale, ratio of interval schaal. Wat betekenen al deze termen? Je leest het in dit artikel.

Waarom data verzamelen?

Voordat we ingaan op de verschillende typen gegevens, gaan we eerst kijken waarom het van belang is om data te verzamelen. Wanneer je onderzoek doet is het van belang dat je niet zomaar iets ‘gelooft’. William Edwards Deming zei ook wel: ‘In God we trust. All others bring data!’. Een bewering of theorie nemen we pas aan als deze bewezen is door data. Data zijn dus alle gegevens waarop je als onderzoeker je baseert om tot bepaalde kennis of een conclusie te komen.

Kwantitatieve en kwalitatieve gegevens

Ruwweg kunnen gegevens onderverdeeld worden in twee categorieën:

  1. Kwantitatieve gegevens: gegevens die vastgelegd worden middels een getal. Bijvoorbeeld 1-2-3-4 (en na de 4 komt de…? 5!). Of 1,111-1,113-1,115 etc. Dergelijke karakteristieken bij kwantitatieve gegevens worden ook wel variabelen genoemd;
  2. Kwalitatieve gegevens: gegevens, die niet in getallen vastgelegd zijn, maar slechts geclassificeerd. Bijvoorbeeld rood-oranje-groen of klein-middel-groot. Je kunt daar niet mee rekenen. Dergelijke karakteristieken bij kwalitatieve gegevens worden ook wel attributen genoemd.

Kwantitatieve gegevens: discrete en continue grootheden
Een onderverdeling die gemaakt kan worden bij kwantitatieve gegevens, is die van discrete data en continue data.

  1. Discrete data zijn geheeltallig. Bijvoorbeeld, het aantal goede en foute vliegtuigen is 10 en 2.
  2. Continue data zijn niet-geheeltallig en kennen cijfers achter de komma. Bijvoorbeeld, de zweeftijd van een vliegtuig was 4,21375 seconden. En van een ander vliegtuig was de zweeftijd 4,18 seconden.

Nominale en ordinale schaal

Kwalitatieve gegevens zijn onder te verdelen in twee subgroepen, namelijk gegevens op een nominale schaal en gegevens op een ordinale schaal.

  1. Nominale gegevens kennen geen rangorde
  2. Ordinale gegevens kennen wel een rangorde

Nominale gegevens
De kleur van een vliegtuig is een voorbeeld van een nominaal gegeven, bijvoorbeeld wit-blauw-rood. Je kunt de kleuren ook een cijfer geven, bijvoorbeeld rood =3 en blauw is 2. Maar je kunt er verder niet mee rekenen. Je kunt niet zeggen dat rood minder is dan blauw. Andere voorbeelden van nominale gegevens zijn bijvoorbeeld man/ vrouw, machine a, b, of c, afdeling A, B of C, en methode X, Y of Z. Dergelijke nominale gegevens worden ook wel categorische gegevens genoemd.

Ordinale gegevens
Ordinale gegevens kennen, in tegenstelling tot nominale gegevens, wel een rangorde. Bijvoorbeeld, de productiemedewerkers bij het vliegtuigproductieproces hebben de volgende opleidingsniveaus: vmbo=1, havo=2, vwo=3, hbo=4 en wo=5. Een ander voorbeeld van ordinale gegevens is gegevens uit een klanttevredenheidsonderzoek waar gevraagd werd wat men vond van de deskundigheid van de docent: 1 = slecht 2 = matig, 3 = voldoende, 4 = goed, 5 = uitstekend. De volgorde van deze reeks is duidelijk, maar de verschillen zijn niet interpreteerbaar.  ‘uitstekend’ ligt niet noodzakelijk net zo ver boven ‘goed’ als dat ‘goed’ boven ‘voldoende’ ligt.

Intervalschaal en ratioschaal

Kwantitatieve gegevens kunnen onderverdeeld worden in twee subgroepen, namelijk gegevens op een intervalschaal en gegevens op een ratioschaal.

Gegevens op een intervalschaal
Gegevens op een intervalschaal hebben geen natuurlijk nulpunt. Een voorbeeld daarvan is onze jaartelling. Je kunt niet zeggen dat het jaar 2010 twee keer zo groot/zo ver is als het jaar 1005. Er is namelijk geen absoluut nulpunt. Hetzelfde geldt voor de temperatuur in Celsius. Je kunt niet zeggen dat 24 graden twee maal zo warm is als 12 graden.

Gegevens op een ratioschaal
Voor ratiogegevens bestaat een natuurlijk nulpunt. Denk aan het meten van centimeters of het meten van tijd. Je kunt dan ook zeggen dat 20 cm twee keer zo lang is als 10 cm.

De mogelijkheden en beperkingen

De mogelijkheden en beperkingen van typen data moet je dus kennen om te weten welke handelingen je wel/niet mag uitvoeren met de verzamelde data in bijvoorbeeld de analyse-fase. Mag je wel/niet optellen, vermenigvuldigen of aftrekken? Bekijk onderstaande video waarin de verschillende typen data worden toegelicht.

Meer weten?

Wil je meer informatie of wil je weten welke analyses je kunt doen met welke data? Bekijk dan onze Lean Six Sigma e-learnings!

Lean Six Sigma Green Belt

Lean Six Sigma Black Belt

Skoledo Bot
  • Ik ben de Skoledo AI-bot. Ik sta klaar voor je vragen! Mijn antwoorden zijn automatisch gegenereerd en kunnen afwijken van de info op Skoledo.com. De site en les-units zijn altijd leidend. Liever een mens spreken? Mail ons gerust.